|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Gdansk (Pools: Gdańsk De stad telt 450.000 inwoners. Gdansk vormt samen met de badplaats Sopot en de havenstad Gdynia de zogenaamde Driestad (Trójmiasto), een agglomeratie met ruim 1 miljoen inwoners. De stad is tevens het centrum van de regionale Kasjoebische cultuur.
bewerk GeschiedenisVolgens archeologische opgravingen was de monding van de Weichsel (Pools: Wisla) een overslag- en handelscentrum tussen Scandinavië en oostelijk en midden Europa. De oude stad Truso lag oostelijk van het huidige Gdansk. De Weichselmonding lag op de grens van Baltische volken in het oosten (de Estiërs) en Germaanse volken in het westen (de Rugiërs). Germaanse stammen uit Scandinavië, zoals de Goten, trokken hier rond 200 n. C. het huidige Polen binnen om na enige tijd hun zwerftochten door zuidelijk Europa te beginnen. In de 6de eeuw n.C. werden de Germaanse volken door Slavische stammen (die zich hier de Pomoranen = kustbewoners noemden) vanuit het huidige midden Polen westwaarts verdreven; de Baltische volken handhaafden zich in het oosten onder de naam van Prussen. In deze tijd is Gydannyzc een vissersdorp. Als officiële "geboortedatum" van de stad wordt echter het jaar 997 gehanteerd, wanneer de stad voor het eerst in de historische kronieken vermeld wordt bij een bezoek van de koning van Bohemen, Adalbert, Pools Wojciech, tijdens zijn kruistocht tegen de heidense Pruzzen. In de volgende eeuwen werd Gydannyzc weer een internationaal handelscentrum waaraan nu ook de hanzesteden in het noorden van Duitsland, zoals met name Lübeck, deelnemen. De stad behoorde toe aan de hertogen van Pommeren, Pommerellen, die afwisselend de Duitse en de Poolse koningen als hun leenheer erkenden. In 1240 stond de Pommerse hertog toe dat de kooplieden uit het Duitse Rijk zich in de autonome stadsgemeenschap Danczik installeerden welke volgens zogenaamd Duits recht bestuurd werd. Toen het Pommerse hertigengeslacht kinderloos uitstierf, ontstond een strijd tussen de erfgenamen, waarbij een van hun de Poolse koning als leenheer toegang tot de stadsburcht verschafte. Dat was aanleiding voor de anderen om hulp in het Duitse Rijk te zoeken, namelijk de hertog van Brandenburg die daarop de stadsburcht in 1308 bezette, maar daaruit weer verdreven zou worden door de ridders van de Duitse Orde welke te hulp geroepen waren door de Poolse koning. Uiteindelijk hielp hem dat weinig want de Orde gaf de stad nu niet meer uit handen. Niettemin zouden de Poolse koningen hun aanspraken nooit opgeven en bij de Tweede Thorner Vrede van 1466 zelfs met succes kunnen effectueren. Door zijn grote welvaart kon de stad Danzig zich verregaand autonoom maken en dat bevestigen in zijn toetreding tot het Hanzeverbond. De rigide bestuursvormen van de Ordenstaat beperkten de expansie van Danzig zodanig dat de stad met andere Pruisische steden in de zogenaamde Pruisische Bond toenadering ging zoeken tot de Poolse koning, die zij als soeverein zou willen erkennen op voorwaarde van de toekenning van de grootst mogelijke autonomie. In 1457 werd de koning door de stad samen met naburige handelssteden zoals Elbing (Pools: Elblag) en Thorn (Pools: Torun) gehuldigd als soeverein. De oorlog die door dit 'verraad' uitbrak tussen de Duitse Orde en Polen leidde tot de Tweede Thorner Vrede (1466) waarbij geheel Westpruisen, de genoemde steden inbegrepen, door de Duitse Orde aan de Poolse kroon moest worden afgestaan, onder toezegging van een autonome status (het zogenaamde Grote Privilege). Hoewel die autonomie later weer onder druk kwam te staan en in Westpruisen, de kleinere steden inbegrepen, praktisch opgeheven zou gaan worden, wist Danzig zich als 'vrije stadsrepubliek' toch te handhaven op grond van zijn economische macht waarvan de Poolse koningen voor hun inkomsten mede afhankelijk waren. Hoewel de stad een sterk kosmopolitisch karakter bezat, bleef zij tot de Duitstalige cultuurwereld behoren. De interne bestuurs-, gerechts-, kerk- en onderwijstaal was dan ook vanaf de 15de eeuw Hoogduits. Alleen met het Poolse hof werd ook wel in het Pools gecorrespondeerd. In de 16de eeuw zouden zich Friese, Hollandse en Vlaamse en daarnaast ook Engelse en Schotse handelarengemeenschappen in de stad vestigen. Het stadsbestuur zelf demonstreerde zijn onafhankelijkheid door tot de lutherse kerkhervorming over te gaan in 1522, waartegen de rooms-katholieke Poolse koningen niets konden ondernemen. De contrareformatie die zij na een halve eeuw godsdienstvrijheid in geheel Polen doorvoerden, kreeg slechts beperkte toegang tot de stad en alleen drie kerken van kloosterorden bleven in handen van het oude geloof, waarvoor een vierde deel van de stadsbevolking voorkeur had. Na toenemende aandrang van het Poolse hof om de hoofdkerk (de Marienkirche) ook voor de rooms-katholieke eredienst ter beschikking te stellen, stond het stadsbestuur alleen toe om een koninklijke kapel tegen die kerk aan te bouwen. Bovengenoemde buitenlanders en ook Polen kregen wel vestigingsrechten maar geen volledig burgerrecht. Zij konden eigen, bijvoorbeeld calvinistische, geloofsgemeenschappen oprichten. Friese en Noord-Hollandse mennonieten (doopsgezinden) werden aangetrokken om de moerassige Weichseldelta in te polderen. Zij stichtten daar bloeiende dorpen op van waaruit elke volgende generatie tot ver in Polen langs de Weichsel weer nieuwe kolonies inrichtte. Het grootste deel van de mennonieten zou na twee eeuwen weer vertrekken, toen tsarina Catharine de Grote van Rusland hun op aantrekkelijke voorwaarden nieuw land aanbood in het zuiden van de Oekraïne. In de 16e en 17e eeuw kende Danzig zijn gouden eeuw. Bijna de gehele Poolse graanexport ging door haar haven, waardoor zij als grootste en rijkste havenstad aan de Oostzee gold met de eretitel van Koningin van de Oostzee. Met 60.000 à 80.000 inwoners was Danzig de grootste stad, niet alleen van het Koninkrijk Polen, maar van het gehele Oostzee-gebied. In de 18de eeuw veroorzaakte de economische terugval een verloop onder de stadsbevolking; zij zakte onder de 50.000 inwoners. In de 16de en 17de eeuw werden de vele renaissancegebouwen in Danzig opgetrokken, die nog steeds het beeld van de historische binnenstad typeren. De grote publieke gebouwen werden voornamelijk gebouwd door architecten uit de Nederlanden, waarvan de bekendsten zijn Antonie van Obbergen uit Mechelen en Willem en Abraham van den Blocke (Duits: vom Blocke). Het is daarom niet verwonderlijk dat historisch Danzig aan Amsterdam en Antwerpen doet denken. In de 18e eeuw begon Danzig aan macht in te boeten, hetgeen deels te wijten was aan de opkomst van de nieuwe grote Oostzeehaven Sint-Petersburg, welke de handel naar en uit Rusland naar zich toetrok en dit Rusland zou door annexatie ook de grootste (oostelijke) helft van Polen gaan omvatten. Bij de laatste Tweede Poolse Deling, werd Danzig in 1793 aan Pruisen toegewezen en na een tijdelijk intermezzo toen Napoleon een nieuw sterk verkleind Polen inrichtte en de Danzig weer los maakte van Pruisen, bleef de stad uiteindelijk toch bij Pruisen en na 1870 bij het Duitse Rijk behoren als de hoofdstad van de bij de eerste Poolse deling in 1772 al Pruisisch geworden provincie Westpruisen. In staatkundige zin was dat een restauratie van de toestand vóór 1466. Na de Eerste Wereldoorlog werd de stad bij het Verdrag van Versailles in 1919, onder protest van zijn inwoners, van de rest van Duitsland en van haar achterland afgesneden. Westpruisen werd toen weer Pools, als de zogenaamde Poolse corridor welke het nieuw opgerichte Polen met de zee moest verbinden. Hoewel Polen ook Danzig claimde, als een voor zijn economie noodzakelijke zeehaven, durfde de Vredesconferentie het desondanks en tegen de wens van Frankrijk niet aan om ook de stad aan Polen toe te wijzen. Maar omdat de positie van Duitsland verzwakt moest worden werd haar de status van vrijstaat onder toezicht van de Volkenbond opgelegd: de (Vrije Stad Danzig (1920-1939)). Polen zou doorvoerrechten in deze stadsstaat krijgen en daarin van Duitsland onafhankelijk kunnen blijven. De vrijwel geheel (meer dan 95 %) Duitstalige stadsbevolking was tegen deze 'tussenstatelijke' constructie en boycotte de Poolse instellingen, zoals enkele scholen, postkantoren en onderzoeksinstituten. Om Danzig met een economische boycot op den duur te dwingen tot aansluiting bij Polen, besloot dat land met Frans investeringskapitaal in 1920 een nieuwe concurrerende haven aan te leggen in het naburige, op Pools grondgebied gelegen, vissersdorp Gdynia (Duits: Gdingen, door de nazis omgedoopt in Gotenhafen). De economische activiteiten in Dantzig liepen door het verlies van de Poolse im- en export inderdaad sterk terug en konden slechts voor een deel door Duitse investeringen en subsidies gecompenseerd worden. In 1927 vond in Danzig het Universeel Esperantocongres plaats. Op 1 september 1939 werden het Poolse munitiedepots op de kade, genaamd de Westerplatte, door de Duitse marine vanuit zee beschoten als een provocatie die dan ook inderdaad met Pools tegenvuur werd beantwoord en de Wehrmacht een aanleiding gaf tot het binnentrekken van de stad. Dat leidde tot de oorlogsverklaringen tussen Polen en Duitsland en het begin van de Tweede Wereldoorlog. Inmiddels was Danzig al sterk genazificeerd want hoewel de facto een soevereine staat, bleef de stad steeds politiek en ambtelijk vervlochten met het Duitse Rijk en sinds 1933 koos de bevolking met een uiterst kleine meerderheid de nationaalsocialistische partij in het stadsbestuur. Sindsdien bepaalde deze toenemend het maatschappelijke klimaat. De oppositiepartijen werd functioneren onmogelijk gemaakt, sociaaldemocraten en communisten geïsoleerd en geïntimideerd. De nazificering van recht en bestuur en de ontrechting van joden werd ten opzichte van de ontwikkelingen in het Derde Rijk met een afstand van enkele jaren doorgevoerd. Begin 1945 vonden vanuit Danzig grote reddingsacties plaats voor de Duitse bevolking van onder meer Oost-Pruisen en West-Pruisen, welke op dat moment frontgebied waren geworden en onder grote verwoestingen door het Rode Leger veroverd werden. Vele Duitse burgers, met name kinderen, vrouwen en bejaarden, werden per schip overgebracht naar veilige steden als Kiel, Lübeck en Kopenhagen. De grootste scheepramp uit de moderne geschiedenis vond plaats toen een van die schepen, de Wilhelm Gustloff met 9.000 opvarenden, door een Sovjet-onderzeeër werd getorpedeerd. Ook de Steuben en de Goya met 15.000 opvarenden onderging dat lot. Ongeveer een miljoen Duitsers ontkwam wel levend over de Oostzee, en enkele miljoenen anderen uit West- en Oostpruisen slaagden erin lopend of met paard en wagen over de weg naar het westen te ontkomen. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin de stad voor 80% verwoest werd, is de stad volgens de Conferentie van Potsdam toegewezen aan Polen. Sindsdien draagt zij haar Poolse naam Gdansk. Voor zover achtergebleven werd de Duitstalige bevolking van 1945-1947 op vaak gewelddadige wijze geïnterneerd en naar het westen gedeporteerd. In totaal is een vierde deel van de oorspronkelijke Danzigers tussen december 1944 en begin 1948 om het leven gekomen. Ondanks de rampzalige toestand van Polen werd al meteen na de oorlog begonnen aan de herstellings- en restauratiewerken van de historische stadskern, die in feite neerkwamen op een volledige reconstructie. Ook werd Gdansk opnieuw een belangrijke havenplaats; de scheepsbouw beleefde er onder het communistische regime jaren van bloei. Poolse nieuwkomers uit centraal-Polen en vooral vluchtelingen uit de voormalige oostelijke, door de Sovjet-Unie geannexeerde, gebieden van de vooroorlogse Poolse republiek, namen in Gdansk hun intrek. Dankzij de inspanningen van Poolse restaurateurs wordt het Gdansk van vandaag samen met Warschau en Krakau tot de mooiste steden van de Republiek Polen gerekend. bewerk SolidarnośćIn de jaren 80 verwierf de stad faam, toen onder leiding van Lech Wałęsa op de plaatselijke Leninwerf de vakbond Solidarność (Solidariteit) werd opgericht. bewerk ToerismeTussen Sopot en Gdansk Nowy Port is een zandstrand van ongeveer 6 kilometer lengte. Er zijn veel wandel- en fietspaden in dit strandgebied. Verder heeft Gdansk zoals veel Poolse steden een uitgebreid uitgaansleven, met veel cafés en disco's. bewerk Verkeer en vervoerDe stad heeft meerdere spoorwegstations, waarvan Gdańsk Główny de belangrijkste, en er rijden trams. De spoorwegen bieden onder andere rechtstreekse verbindingen met steden als Warschau, Berlijn en Poznań, maar ook met de Russische exclave Kaliningrad. De Europese weg E77 naar Warschau loopt door de stad. Vanuit de haven kan naar verschillende overzeese bestemmingen worden gevaren. Er is een vliegveld even ten westen van de stad: Luchthaven Gdansk Lech Wałęsa. bewerk Partnersteden
bewerk Geboren in Gdansk
bewerk Trivia
bewerk Externe links
|
|||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| All Right Reserved © 2007, Designed by Stylish Blog. |